Passiviteiten van het Dagelijks Leven (PDL)

 

Inleiding

Vele zorgbehoeftigen zijn niet in staat tot gerichte zelfzorgactiviteiten, zelfredzaamheid, reactivering of revalidatie.

Passiviteit is bij deze mensen een kenmerk van hun dagelijks leven geworden.

Voor deze mensen én hun verzorgenden kunnen zeer belastende situaties ontstaan bij de dagelijkse zorg. Om deze zorg zo goed mogelijk te kunnen ondergaan én te geven zal de passiviteit eerst geaccepteerd moeten worden.

In verpleeghuis De Samaritaan te Sommelsdijk (NL) heeft een interdisciplinaire analyse van de zorg- en behandelproblemen geleid tot een gestructureerde aanpak: PDL.

 

Kleinschalig werken

In kleinschalige woningen werken we meer en meer solistisch bij een doelgroep met gehele (of deel) passiviteit.

De PDL methodiek gaat juist uit van het 1 op 1 verzorgen waarbij er optimaal contact en aandacht is voor de bewoner en door middel van technieken, middelen van materialen comfortabel voor zowel client als de hulpverlener.
 

 

PDL staat voor Passiviteiten van het Dagelijks Leven.

Bij deze methode gaat het om:

·       specifieke zorgvaardigheden in geval van spanning bij de cliënt,

·       een respectvolle bejegening van de cliënt,

·       het reduceren van onrust en angstgevoelens bij de cliënt,

·       het toepassen van specifieke voorzieningen zoals dynamische lig- en zitmiddelen, ergonomische kleding en hoogwaardige transferapparatuur,

·       het voorkomen van contracturen en decubitus,

·       een multidisciplinaire aanpak van de passiviteitsproblematiek.

 

Doelgroep voor toepassing PDL

De PDL-methode is van toepassing op alle mensen met ernstige (deel) passiviteitsproblemen die verpleegd en verzorgd worden in verpleeghuizen, zorgcentra, instellingen voor lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapten en in de thuiszorg.

 

Wat is PDL?

Onder Passiviteiten Dagelijks Leven wordt verstaan:
Het complex van handelingen, maatregelen en voorzieningen dat bijdraagt tot optimale begeleiding, verzorging en verpleging van mensen bij wie zelfzorgtekorten niet zijn terug te dringen. (bron: Werkboek PDL, Mobicare, Oude-Tonge)

 

7 factoren

In PDL onderscheiden we zeven onderdelen die we factoren noemen. Deze zeven PDL-factoren zijn:

  • Liggen
    Het liggen vergroot de kans op contracturen en decubitus bij de patiënt. Ter preventie van deze complicaties wordt wisselligging toegepast en bestaan er dynamische ligvoorzieningen.
  • Zitten
    Bij het zitten is het van belang dat de zitelementen aangepast worden aan het lichaam van de 'passieve' bewoner. Vaak ontstaat druk op de stuit en de ellebogen, waardoor decubitus kan ontstaan. Ook neemt de kans op contracturen toe doordat de patiënt scheef kan zakken of voorover gaat buigen.
    Dynamische zitmiddelen moeten het hoofd, romp armen en benen zodanig ondersteunen dat de bewoner zich prettig voelt en zich kan ontspannen.
  • Wassen en verschonen
    De verpleegkundigen en verzorgenden leren een aantal vaardigheden en handgrepen die de patiënt gedurende de dagelijkse verzorging ten goede komen. Hier staan technieken centraal die ontspanning van de spastische spiergroepen teweegbrengen. Tevens is het van belang dat de benadering van de hulpverlener rustgevend is, dat de hulpverlener niet routinematig ter werk gaat, maar uit gaat van wat de patiënt het prettigst vindt en ingaat op de signalen die de patiënt geeft.
  • Kleden
    Ook bij het kleden kunnen fysio- en ergotherapeuten vaardigheden overdragen aan de verzorgenden. Daarnaast kunnen aanpassingen gemaakt worden, zoals lange ritsen, klittenbandsluiting, een grote maat of rekbare stoffen
  • Tillen
    Uitgangspunt van het tillen of verplaatsen van de passieve bewoner is dat de veiligheid van zowel tillen als getilde gewaarborgd is. Dit is mogelijk door goede beheersing van handmatige tiltechnieken, veelvuldig gebruik van tilliften en een consequent tilbeleid.
  • Voeden
    Gevoed worden is voor passieve, zorgafhankelijke mensen een enkele malen per dag terugkerende ervaring. Vaker komen problemen bij voeding voor zoals het weigeren, niet doorslikken of uitspugen van voedsel. Van belang is dat de zorgverlener zich bewust is van het plezier dat de patiënt beleeft aan eten en drinken. Tevens is bij het voeden de persoonlijke benadering van de hulpverlener van groot belang. Een dergelijke houding bevordert het contact en stimuleert de zintuiglijke activering.
  • Primaire activering
    Hoewel PDL eigenlijk gericht is op passiviteit, is primaire activering een essentieel aandachtspunt. Het primair activeren van zintuigen loopt als een rode draad door de benadering van de passiviteiten van het dagelijks leven: via de zintuigen kunnen de bewoners immers reageren of ze dingen prettig vinden of niet. Op deze wijze wordt een gevoel van veiligheid en geborgenheid van de patiënt geoptimaliseerd.

 

Haptonomie

Adviezen die binnen de PDL gegeven worden voor het leggen van contact met de patiënt zijn gebaseerd op de haptonomie. Adviezen hierbij zijn:

  • het maken van oogcontact;
  • de houding van het hoofd op dezelfde hoogte als het hoofd van de patiënt;
  • het vermijden van snelle bewegingen;
  • het spreken niet zozeer als informatiekanaal, maar voornamelijk als rustgevend middel gebruiken;
  • het beperken van fysieke handelingen tot een minimum;
  • aanraken.